image

Broedgegevens

Op deze pagina wordt een indruk gegeven van het lopende en de afgelopen broedseizoenen. Per jaar wordt een korte beschrijving gegeven van de broedresultaten binnen ons werkgebied. Kijk voor de voorlopige resultaten van het lopende broedseizoen op de Actueel-pagina.


Broedseizoen 2010

Na een aantal daljaren beleefde onze Kerkuilen verleden jaar een aardig goed seizoen met een totaal van 30 broedgevallen. In het jaar 2009 waren dat er nog 6 minder. Het een en ander is te wijten aan een uitstekende Veldmuizenstand. Van die 30 mislukte er helaas 3. Totaal vlogen er 92 jongen uit waarvan het grootste deel geringd is. Gemiddeld vlogen er 3,1 jong per broedsel uit. Verder waren er nog een tweetal tweede broedsels. Een ervan te Ewijk was bijzonder laat. De jongen zouden ongeveer rond Kerst uitgevlogen zijn maar helaas mislukte het broedsel begin december. Ook deze keer werd duidelijk dat vooral in het land van Maas en Waal de meeste Kerkuilen vertoeven. Totaal in dat gebied 18 broedgevallen. Leuk was verder dat de holle boom van Malden weer bezet was. Er vlogen daar 4 jonge vogels uit.

De resulaten in onze regio kwamen overeen met de landelijke resulaten. In 2010 zijn er in nederland 2171 broedsels geteld. Er vlogen meer dan 6400 jonge kerkuilen uit. Een stijging van 20 procent t.o.v. het daljaar 2009.

Voor het komende broedseizoen vrezen we het ergste voor de Kerkuilen. Door de lange periode met veel sneeuwbedekking waren hun prooidieren onbereikbaar. Er zal ongetwijfeld een grote sterfte onder de Kerkuilen hebben plaatsgevonden.
..


Broedseizoen 2009

Was het broedseizoen 2008 al een mager jaar, 2009 deed er nog een schepje bovenop. Niet overal in de regio waren de resultaten even slecht. Ook positieve uitschieters waren er te melden. 2009 leverde uiteindelijk 24 broedsels op, 2 broedsels mislukte, 63 kerkuilenjongen vlogen uit. Een gemiddelde van 2,6 per broedgeval. We hadden 1 tweede broedsel dit jaar, in september vlogen hier 3 jongen uit. Een verslag door Jan Jacobs (coördinator) .

Uit eerdere berichten werd al duidelijk dat muizenetende vogels in 2009 een beroerd broedseizoen achter de rug hebben. Hierbij de eindscores voor wat betreft de Kerkuil in onze regio.

Ondanks het feit dat er eind juli in de Ooij-polder voor de tweede maal een aantal goede broedlocaties is bezocht bleef de teller op slechts één broedgeval steken. Er vlogen op die plek met succes 3 jongen uit. Andere veelal zeer goede locaties bleken oftewel geheel verlaten of werden bewoond door niet broedende paren of solitaire vogels. Ook in Groesbeek waren de resultaten bedroevend. Twee broedgevallen waarvan er één mislukte in de eifase. Het andere paartje wist wel 3 jongen groot te brengen. Het land van Maas en Waal deed het heel wat beter met een totaal van 12 broedgevallen. Er vloog een totaal van 35 jongen uit. Gemiddeld 2.9 wat opmerkelijk veel is. De meeste broedsels werden gevonden in de omgeving van Horsssen, Alphen en Altforst. Verder nog 5 broedgevallen ten noorden van de Waal in het gebied rond Randwijk en omgeving Elst. Er vlogen 14 jongen uit een gemiddelde van 2.8. In Bemmel werden in een kast op 20/7 4 koude eieren gevonden maar in Angeren wist een paartje tussen strobalen, 3 jongen groot te brengen.

Dat maakt een totaal van 24 broedgevallen met 63 uitgevlogen jongen. Van dat aantal zijn er 49 geringd. De sneeuwperiode zoals die afgelopen januari heeft plaatsgevonden zou mogelijk voor (veel) wintersterfte onder Kerkuilen geleid hebben. Als het sneeuwpakket te dik raakt kunnen daaronder aanwezige prooidieren niet bereikt worden. We hadden dan ook verwacht dat we tijdens controles van hooizolder e.d. de nodige dode exemplaren zouden vinden. Dit was echter niet het geval en er zijn geen terugmeldingen van door ons geringde vogels die een grote sterfte als gevolg van het strenge winterweer bevestigen. De herfst van 2009 kende een zeer rijke oogst aan beukennootjes, kastanjes en eikels. Hopelijk doen de muizen er hun voordeel mee en kunnen we in 2010 genieten van veel en grote broedsels van Kerkuilen!


Broedseizoen 2008

Het broedseizoen 2008 is totaal anders verlopen dan vorig jaar! Het aantal nestkasten met eieren was ongeveer een derde van vorig jaar, het aantal eieren per nest was lager, en het broedseizoen is laat van start gegaan. Een verslag door Jan Jacobs (coördinator) tijdens de zomerperiode:

Zomer 2008: Veel van de kasten zijn inmiddels gecontroleerd. Naast Kerkuilen leverde dat in 10 gevallen een broedsel van de Holenduif op. Twee maal een Kauwennest, één Steenuilbroedsel en in een kast zowel een oud mezennest als wespennest. Heel opvallend dat op 6 locaties wel een paartje werd gezien maar dat er geen broedsel te vinden was. Op een drietal plaatsen werden solitaire Kerkuilen aangetroffen. De voorspelling was dan ook dat het wel eens een heel mager Kerkuilenbroedseizoen zou kunnen worden. Toch zijn er tot op heden op 23 plaatsen broedsels geweest. Momenteel worden die kasten voor een tweede keer langsgegaan om eventuele jongen te ringen. Het blijkt nu dat veel van die legsels al in de eifase zijn mislukt. Als voorbeeld waren er begin juni in Groesbeek op 4 plaatsen broedgevallen. Op slechts een locatie zijn 2 jongen geringd. De andere drie zijn in de eifase verlaten. Zoals jullie misschien weten verlaat een broedende vrouw haar legsel als het mannetje in die periode te weinig prooien voor haar aanvoert. Tevens een mager resultaat uit de Ooypolder met slechts op twee locatie twee en drie jongen, een derde bleek in de eifase mislukt te zijn. Vijf broedgevallen uit de omgeving van Bemmel/Angeren. Uit een kast bleken de eieren verdwenen te zijn maar in Gendt werden ergens 6 jongen geringd. Op 5 andere plaatsen in de Betuwe werden broedsels aangetroffen .Deze waren allemaal succesvol met 19 uitgevlogen juveniele. Uit het Land van Maas en Waal 9 broedgevallen. Op een drietal plaatsen blijken begin april al jongen geweest te zijn ver voor de controles van de werkgroep.


Broedseizoen 2007

Aan het broedseizoen dit jaar van de kerkuil leek dit jaar maar geen einde te komen. Tot op heden zijn er 51   eerste broedgevallen en 15 tweede broedsels gevonden. In totaal zijn er 140 jongen geringd. 2007 is daarmee het beste jaar ooit sinds de oprichting van de Kerkuilenwerkgroep in 1993.

Een groot legsel in Groesbeek, 7 eieren en 1 net uitgekomen jong. Klik hier voor een groot formaat foto.Het broedseizoen 2007 verliep dan ook stukken beter dan vorig jaar. In 2006 hadden we, mede gezien de lage muizenstand en de zeer hoge temperaturen, te maken met een halvering van het aantal broedparen ten opzichte van 2005. Een gigantisch kauwennest. Klik hier voor een groot formaat foto.

Voor een deel van de kerkuilen in ons werkgebied was het broedseizoen al aanmerkelijk vroeger begonnen dan in andere jaren. Waarschijnlijk speelde het extreem warme voorjaarsweer hier een rol. Op een aantal locaties werden begin mei al nesten met jongen van 5 weken oud gesignaleerd, ook zijn een aantal zeer grote legsels bekend geworden. Hoe het over heel 2007 precies zal uitpakken zal in de komende paar maanden nog blijken.

Dat we niet alleen kerkuilen aantreffen blijkt wel uit de foto hiernaast. Op de foto, gemaakt bij Fort Pannerden, is een gigantisch kauwennest te zien. Als ware bouwmeesters stapelen ze net zolang takken op elkaar dat het nest net zo hoog is zoals zij dat willen hebben.

Meer weten over het broedseizoen 2007? Klik hier voor de verslagen van de nestkastcontroles!



Klik hier voor een groot formaat foto.

Spreiding broedlokaties 2007



Broedseizoen 2006

Broedgeval in hooiblazer. Klik hier voor een grotere foto (Foto: Rob Honing).Zoals  verwacht volgde na het topjaar van 2005 in 2006 een daljaar. Er waren 24 broedgevallen waarvan er 9 mislukte. Broedende vrouwtjes verlaten het legsel wanneer het mannetje te weinig voedsel voor haar brengt. Dat zal dus de oorzaak van mislukken zijn in veel gevallen. Op de bekende plek in de Timorstraat helaas ook een verlaten legsel, en inspectie van de holle boom van Malden leverde alleen verse braakballen op. Er werden slechts 30 jongen geringd. Een gemiddelde van 1,5 uitgevlogen jong per broedgeval. In 2005 waren er 48 broedgevallen een terugval van 50% dus.

Toch hoeft een slecht muizenjaar een groot broedsel niet in de weg te staan. Dit jaar was er één broedsel met zes jongen. Ondanks dat er overal vrije geschikte nestkasten hangen konden de ouders van deze kerkuiltjes het niet laten een bijzondere lokatie uit te zoeken voor hun nest: de pijp van een hooiblazer leek dit stelletje de meest geschikte plek voor het grootbrengen van hun kroost (zie de foto´s).

Het enige nest met 6 jongen in 2006. Klik hier voor een grotere foto (Foto: Rob Honing).Heugelijk in 2006 was het feit dat er een nieuwe zeer aktieve afdeling is opgestaan. Ze luisteren naar de naam afdeling Wijchen en hebben in korte tijd alle geschikte plaatsen in die regio van een kast voorzien.
Zeker met het onderzoeks-gebied van Jan van Erp ernaast, omgeving Horssen, Altfort, Puiflijk waar een belangrijk deel van onze uilen zitten zal kolonisatie van de Wijchenkasten niet lang op zich laten wachten.

Klik hier voor een grotere afbeelding

Spreiding broedlokaties 2006


Broedseizoen 2005


In 2005 beleefde de Kerkuil sinds 1993 het beste seizoen in de geschiedenis van de Kerkuilwerkgroep Betuwe oost. In totaal zijn er 48 broedsels bekend geworden, 47 eerste en 1 tweede broedsel.  De Ooijpolder  telde er 8. De regio Groesbeek was net wat beter met 10 broedgevallen. Twee daarvan vonden plaats in bosuilkasten die hangen in bosrijkgebied in de Heilige  Landstichting. Het paartje in de Timorstraat te Nijmegen produceerde 4 jongen. Er waren 11 broedsels in het land van Maas en Waal.  De Betuwe bij Zetten, Dodewaard, Randwijk was goed voor 6 broedsels. Het gebied rond Elst, Driel, Oosterhout telde 9 broedgevallen. Opvallend hoge aantallen jongen op de zandgronden in 2005, op de klei echter zeer matig. Gemiddeld was er sprake van 3.6 jongen per nest.

Broedende kerkuilenpaar in oude kastanjeboom, klik hier voor een grotere afbeeldingHet door Rob Felix ontdekte broedgeval in een holle boom te Malden  was zeer verrrassend (zie de foto hiernaast van Peter Bloemhart). Onderstaande foto (van Jan Jacobs) geeft zelfs een kijkje in de boom. De broedplek is nog ruimer dan gedacht. Het is de enige bekende lokatie binnen Nederland waar kerkuilen nog in een holle boom tot broeden komen.


Het vrouwtje broedend in een holle boom! Klik hier voor een groot formaat foto.Een paar honderd meter van de boom vandaan woont Jo Broekman. Jo wist te vertellen dat er in zijn jongensjaren al kerkuilen broedden in de eeuwenoude linde die in de voortuin staat. De laatste keer dat dat gebeurde zal rond 1968 geweest zijn. De vogels verhuisde naar een schuur achter het erf toen de linde  flink gesnoeid werd. Er zijn in 2005, 130 jongen geringd, ons beste jaar tot nu toe!

Spreiding 2005, Klik hier voor een grotere afbeelding

Spreiding broedlokaties 2005

Broedseizoen 2004

In 2004 hadden we in de regio Betuwe-Oost 36 eerste broedsels. Later in het jaar werden die gevolgd door nog eens 8 tweede broedsels. Blijkbaar was de veldmuizenstand in de late zomermaanden zo goed dat een aantal uilenpaartjes nogmaals een legsel produceerde! Voor het eerst werden er binnen ons werkgebied meer dan 100 jongen geringd, de primeur vond plaats op 15 oktober in Kekerdom.

Jonge kerkuiltjes tussen de strobalen in Angeren, klik hier voor een grotere afbeelding
Op 21 november werden de laatste jongen van dat jaar geringd. In Angeren vond een broedsel plaats tussen strobalen. Ondanks dat er al vele jaren een kist hangt op die lokatie had dat paartje ook in 2005 en 2006 gewoon een broedsel tussen de strobalen.

Mensen in Winssen wilden wat voor de steenuil betekenen die al jaren in de nok van hun schuur zit. Ze plaatste daarvoor een nestkast in de nok van de schuur aan de buitengevel. Wat ze niet wisten was dat ze een bouwtekening gebruikte van een kerkuilenkast. De kerkuil had het wel door en kreeg er 6 jongen. De steenuil zit er nog steeds, 50 cm boven de Kerkuilkast onder de nokpannen. 

Ronduit spectaculair was de ontdekking van een kerkuilenbroedsel in een schoolgebouw aan de Timorstraat midden in de binnenstad van Nijmegen. Meer over dit toch wel heel bijzondere broedgeval kun je hier lezen.

Kasteel DoornenburgDe op stand wonende kerkuilen, klik hier voor een grotere afbeeldingKasteel Doornenburg kende dit jaar een groot aantal zeer jonge gasten. Het is de eerste keer (en voorlopig enige keer) dat we daar met zekerheid een broedsel hebben gezien. De eerste en enige keer, maar dan wel een met maar liefst 9 volgroeide jongen!!
Achter de invliegopening bleek zich een behoorlijk grote ruimte te bevinden die bij de beheerders niet bekend was. Zo zie je maar dat sommige van onze uilen graag op stand wonen.


Per broedseizoen is door Frank Willems een mooie stippenkaart gemaakt. Hierop is globaal te zien waar de broedgevallen in onze regio zich bevinden. Een rode stip geeft 1 broedsel weer, een vierkantje geeft aan dat er sprake was van een tweede broedsel op dezelfde lokatie:

Spreiding 2004, klik hier voor een grotere afbeelding

Spreiding broedlokaties 2004

Broedgevallen door de jaren heen

Het aantal broedgevallen bij de kerkuil is sterk afhankelijk van de populatie veldmuizen. Hoe beter de veldmuis het doet, des te beter gaat het ook met onze kerkuilen. Jonge wijfjes van de veldmuis zijn na 20 dagen geslachtsrijp. Na 6 weken werpen ze voor het eerst. Zo volgen wel 4 tot 6 worpen per jaar met gemiddeld 5 tot 6 jongen. Een populatie veldmuizen kan in relatief korte tijd flink toenemen. Veldmuisplagen zoals die vroeger voorkwamen kennen we niet echt meer.  Men heeft ontdekt dat de veldmuis eens in de drie maar soms ook vier of vijf jaar een topjaar beleeft. Na zo'n topjaar stort de populatie in: stress, voedselgebrek en weersinvloeden (koud/nat) spelen daarin een belangrijke rol.

De jaren na zo'n daljaar krabbelt de veldmuis langzaam weer op, op weg naar een nieuw topjaar. De aantallen zijn vaak het hoogste in de nazomer en het laagste in het vroege voorjaar. De veldmuis is niet de meest gevangen prooi van de kerkuil, dat is namenlijk de bosspitsmuis. In periodes met weinig veldmuizen is de bosspitsmuis de belangrijkste voedselbron. Veldmuizen bereiken een gewicht van 15 tot 45 gram en de bospitsmuis een gewicht van 6 tot 14 gram. Drie "vette" bosspitsmuizen wegen dus evenveel als een volwassen veldmuis.

Onderstaande grafieken met het jaarlijkse aantal broedgevallen en aantallen jongen laten goed zien dat de kerkuil sterk reageert op het voedselaanbod. Veel eten, dan veel broedsels met hogere aantallen jongen. Weinig eten dan minder broedgevallen met veel mislukten zoals duidelijk gebleken is in 2006. Daljaren waren 1997,2003, 2006 en piekjaren waren 1996, 2002 en 2005 en 2007.

In 2005 werden er broedgevallen gevonden in kasten waar nooit eerder sporen gevonden waren, de woningnood kan dan zo groot zijn dat ook minder voor de hand liggende plaatsen bezet raken, zoals de bosuilkasten in de Heilige Landstichting.

Zetten we de exacte broedgegevens uit in een aantal grafieken dan krijgen we de volgende resultaten (de achtergronden geven een impressie van de diversiteit aan broedomgevingen in onze regio):

Klik hier voor een grotere afbeelding

Klik hier voor een grotere afbeelding

Klik hier voor een grotere afbeelding



image
image